
23 november 2002
Kaapstad.
Na het wederom hollandse ontbijt krijgen we van Dries nog tips om via de zuid-kust via kaap de goede hoop naar Kaapstad te rijden. Inderdaad een hele mooie route langs de kust en als we bij Cape Point komen wacht ons een stevige klim naar de vuurtoren op de berg. Als we het na een uurtje wel gezien hebben (het klimmen en afdalen duurt langer) komen we uiteraard weer mensen tegen die we al eerder hadden gezien (ditmaal van de cellar tour in Vergelegen). Nog eventjes een paar km verder de sfeer ademen van Kaap de Goede Hoop (ofwel de Goei Hoop) en is niet zoals velen denken het zuidelijkste punt van Afrika. Maar de woeste golven en vele klifs in zee geven ons wel een idee wat een pioniers die Hollanders vroeger geweest moeten zijn. Als je dit punt voorbij bent kom je inderdaad in rustiger water. Richting Kaapstad is het nog ca. 60 km noordwaarts rijden.
Ondanks dat het zaterdag is blijken de winkels in het centrum van Kaapstad om 14.00 uur al gesloten te zijn. Als we in het hotel de route vragen naar het wel geopende Waterfront (het is te slecht weer om de Tafelberg te bekijken) krijgen we het advies om niet te lopen (veiligheid) maar de auto te nemen. Waterfront is de plek waar alle toeristen te vinden zijn, aan de haven, geheel autovrij en vol met muziek, barren, restaurants en straattheater. De tijd vliegt natuurlijk en met nog 2 dagen voor de boeg wordt het vooral kiezen wat we nog willen gaan zien daar. Chapmans Peak Drive wordt aangeprezen als de mooiste autoroute ter wereld, slingerend langs zee vol stijle klifs en prachtige huizen en bloemen. Ik probeer niet te kritisch te zijn maar dezelfde reisgidsfirma beweerde dit ook over de 17-mile drive in Californie die we vorig jaar gereden hadden. Ome Dries had ons getipt dat ie wegens verbouwing maar 1-richtingverkeer heeft. Maar die Chapman halen we mooi niet, een paar km ervoor begint de zonsondergang al en we stallen onze auto op op een inham om de laatste minuten van de zon te bekijken. We zijn uiteraard niet de enigen. Die avond keren we weer terug naar Waterfront en hebben inmiddels door dat een gigantisch parkeerterrein bestaat waar je niet hoeft te betalen.
Zondag. Na vele intieme guesthouses nu een veel te drukke ontbijtzaal waar ze duidelijk niet gerekend hadden dat iedereen rond hetzelfde tijdstip binnenliep. Maar alles wordt goed gemaakt want het zonnetje schijnt en er zijn geen wolken te zien. Dat wordt dus toch nog Tafelberg denken we (en met ons vele duizenden). De rit ernaar is al prachtig: met een stad van 4 miljoen inwoners krijg je niet het gevoel in een grote stad te rijden. Ruime 2-baanswegen, veel grote huizen, heuvelachtig: het doet erg denken aan stukken van San Francisco. Helaas gigantische rijen voor de kabelbaan en de eerstvrije parkeerplaats is kilometers lopen. We besluiten de bergweg te volgen waar continu een prachtig uitzicht over de stad is en enkele uren later blijken de rijen voor de kabelbaan verdwenen te zijn (achteraf logisch als alle toerbussen vroeg in de ochtend gaan). Al weer jaren geleden dat we in een kabelbaan hebben gezeten, en hij roteert ook nog eens 360-graden.
Helaas is onze volgende attractie al voor de hele dag uitverkocht: Robbeneiland en daarom gaan we maar lunchen. Ik neem een rolled rooti (Cape Malays keuken) extra heet, maar natuurlijk uiteindelijk weer niet zo heet omdat ik er niet indisch uitzie. Toch maar weer een poging voor Chapman's peak Drive die we voor de helft kunnen rijden wegens herstelwerk. Zeker een aanrader. We besluiten op de terugweg naar Waterfront nog een boottocht door de haven te maken. Er worden huizen gebouwd aan het water op een toplokatie (zeeleeuwen inbegrepen). De prijs is dezelfde als een eengezinswoning in een Nederlandse vinex. We blijven onze laatste avond en komen in contact met een Armenier die na 9 jaar in Zuid-Afrika van zijn pensioen gaat genieten in zijn huis aan zee in Californie. Zuid-Afrika heeft hem geen windeieren gelegd zei ie. /p>
Die laatste ochtend Kaapstad
pakken we nog 1 attractie: the Castle of
good Hope die in de VOC-tijd het verdedigingsfort was en toen nog aan
zee lag. Je ruikt hier de sfeer en kan je heel goed de omgeving van
vroeger voorstellen (met de tafelberg als orientatiepunt). Alleen
hebben de Nederlanders uiteindelijk wel verloren van de Engelsen.
Met nog een half uur speling rijden we langs de Bo-Kaap om de felkleurige huizen te bekijken en zit het er helaas al bijna op, want voor de kilometers lange sloppenwijken naast de snelweg stoppen we niet meer.
21 november 2002
De wijngebieden.
Een kort ritje deze keer: van Hermanus naar Somerset West is het hooguit 60 km, en daarom pakken we de scenic route langs de kust. 's Ochtends ontdekken we bij toeval eerst nog een kolonie van honderden jonge pinguins. Gewoon langs de kust rijden, pinguin-bord volgen, een parkeerplaats die bijna helemaal leeg is negeren en tegen de reisgidsadviezen in (off-season) een kwartiertje gaan lopen.
Uiteindelijk komen we na 3 keer dezelfde route gereden te hebben aan bij de Helderberg Country House, te Somerset West, waar we ons wanen in een Franse omgeving. Er zijn maar 5 huisjes temidden van vele hectaren grond, bergen op de achtergrond en een volkomen stilte. Onze Nederlandse gastheer die zich in plat Amsterdams voorstelt als: ik ben Dries en mijn vrouw is op vakantie in Nederland. Hij vertelt enthousiast over dat iedereen hier grootgrondbezitter kan zijn, zegt tegen zijn zoontje dat ie ons netjes een hand moet geven en raadt ons die middag aan om nog even naar Stellenbosch te gaan.
Inderdaad een leuke plaats en langs de wegen staan diverse wijnhuizen met veel te grote opritten. De eerste dag proeven we wijn in de buurt en kopen een fles (die aan het eind van de vakantie noodgedwongen mee naar huis moet). De tweede dag rijden we rondom de bergen waardoor we een prachtig zicht hebben op de ligging van de wijnhuizen. Onze eerste echte proeverij is Bosch-en-Dal in Franschenhoek. Erg sjiek en een raar contrast met enkele sloppenwijken in de directe omgeving. Voor de prijs hoef je hier geen fles te kopen: bij AH in Nederland krijg je ze goedkoper.
Daarna een stukje geschiedenis in het beroemde wijnhuis Vergelegen. Dit enorme stuk land heeft vroeger Nederlanderse eigenaren gehad, die vanaf Kaapstad een kleine 100 km landinwaarts waren getrokken. Na vele wisselingen van eigenaar en evenzovele beslissingen om de wijnranken te vervangen door tuin of olijven heeft een Afro-Amerikaans bedrijf er in de 80-er jaren weer wijnranken in laten plaatsen compleet met machines en bottelarijen (met Franse hulp). Hier boeken we een wijntoer (saai), bekijken we een nog origineel Nederlands huis compleet met meubels en dure schilderijen en proeven we nogmaals wijn. Zo is de dag toch weer omgevlogen en is het onze laatste avond alweer. We eten in Stellenbosch tussen de studenten (alweer een Dries-tip) met een fles wijn uit een andere streek. De hele vakantie al wijn op, en nu in het wijngebied komt ie inmiddels onze neus uit.
19 november 2002
Walvissen op de tuinroute.
Van Knysna naar Hermanus is het ongeveer 5 uur rijden. Het eerste stuk is prachtig langs de kust en we rijden parallel aan de stoomtrein waar we natuurlijk stoppen voor de overzeese spoorbrug. Een jongen van 12 en eentje van ca. 18 voeren kunstjes uit voor geld. Met gemiddeld meer dan 10 toeristen per uur is dit een goudmijn en je vraagt je af welke moeite die 2 gedaan moeten hebben om dit stuk toeristengrond voor zichzelf te houden. We vervolgen onze weg, laten het zuidelijkste punt van Afrika schieten en komen in maisgele vlakten terecht waar de weg eindeloos lijkt. Halverwege de middag arriveren we eindelijk in Hermanus waar we op de rotsen de woeste golven bekijken (het waait hier gigantisch). Geen walvis te zien natuurlijk en we gaan naar ons verblijf die de Whale Rock Lodge heet. Dit blijkt een Engels landhuis met oprijlaan te zijn en echt Engels-sprekende eigenaren te hebben. Uiteraard krijgen we meteen tea op de kamer. En later als we nogmaals teruggaan blijkt er zelfs aperitief op onze kamer te staan. Superchiqe dus net als de overige gasten die overigens allemaal het dubbele van onze leeftijd zijn. De grote omheining om het landgoed is tegen bescherming voor de sloppenwijken die op slechts een paar honderd meter afstand liggen.
Aan het eind van de middag gaan we het centrum van Hermanus in en komen zo weer langs de haven. Het waait dan nog steeds erg hard en inmiddels weten we dan dat Hermanus een plaats voor de rijken is. Borden wijzen ons op dat we geen geld moeten geven aan bedelaars omdat hier goede opvangprogramma's bestaan. Desondanks staan enkele kinderen opera te zingen voor een groep toeristen die daar echter gekomen zijn omdat er walvissen ge-spot zijn. Het blijkt een verslaafde bezigheid te zijn. Gewoon enkele uren zitten (en ook bijna de hele middag de dag erna), af en toe een staart of een kop zien (dan is ie aan het spy-hoppen) en je verveelt je absoluut niet.
Sommige walvissen zijn echt op maar enkele meters afstand van de rotsen te zien. Ze blijven daar makkelijk een uurtje hangen met een stuk rug aan de oppervlakte. Het hoogtepunt is als ie z'n staart uit het water tilt, maar die krijg je maar 1 of 2 keer per uur te zien. En zo vliegt de tijd zonder dat je er erg in hebt. Gelukkig is er ook niet zo heel veel anders in de buurt te zien en daarom gaan we een wandeling in het aangrenzende Fernkloof maken. Hier zijn op slechts enkele kilometers wandelpad ongeveer 12.000 bloemen en planten in het wild. Alles gaat hier op vrijwillige basis: er liggen wandelkaarten te leen, een houten bus voor donaties en geen parkopzichters. Hermanus is geen plaats om te stappen en misschien is dat maar goed ook.
16 november 2002
Start van de tuinroute.
Met 120 km over een tweebaanssnelweg moeten we vol op de remmen om een troep bavianen te ontwijken. We zitten hier op de tuinroute, maar erg veel tuin is er niet te zien. De eerste overnachting is in Tsitsikamma National Park, pal aan zee en vol groene hoge bomen. We hebben een schitterend houten "cabin" op een paar meter voor de woeste oceaan. Dit is echt een plek om meer dagen te blijven met een goede boek of inspiratie op te doen.
Helaas hebben we hier maar 1 overnachting om te genieten van de oceaanruis en woeste golven. Het is dubbel jammer dat het zo hard waait, want er blijkt een braai in de tuin te staan en het eten in het enige restaurant van het park is, zoals de reisgids aangaf, slecht (het uitzicht is echter prachtig). We doen een wandeling over de hangbrug van stormsriver en pakken de ochtend erop een van de kortere trails. Het park staat bekend om een aantal trails die tussen de 5 en 8 dagen duren maar die zijn niet aan ons besteed. Het park was zeker de moeite waard om te bezoeken.
We verheugen ons alweer op de volgende overnachting: een Victoriaans huis aan de lagune in Knysna. De lagune en de plaats blijken een beetje tegen te vallen en ik baal dat we hier 2 nachten zitten en maar 1 in Tsitsikamma. Het is een echte toeristenplaats maar biedt voor ons geen topattracties. De eerste dag gaan we naar Plet (Plettenbergbaai) en komen daar een stel Nederlanders tegen die we inmiddels al 2 keer eerder op de reis waren tegengekomen. Die hadden al tegen anderen verteld hoe bijzonder het was dat ze eerst ons waren tegengekomen op het vliegveld, en daarna honderden kilometers verder opnieuw. Nu konden ze daar helemaal een smeuiig verhaal van maken. Ondertussen konden we mooi een beetje de verhalen met elkaar vergelijken en zij vertelden ons dat ze net een boottocht hadden gemaakt en walvissen + dolfijnen hadden gezien. Bovendien zouden ze 3 nachten in Knysna zitten, dus was de kans groot dat we elkaar nog wel een vierde keer tegen zouden komen. We hebben de boottocht gemaakt maar geen walvis gezien (en hen daarna ook niet). Wel dolfijnen en honderden zeeleeuwen en zeehonden, maar als je je instelt op walvissen valt het resultaat tegen, en daar was helemaal geen reden voor. Zelfs het eind is een attractie: met volle snelheid vaart de boot zo het strand op. De oceaan was trouwens erg rumoerig en de boot waar we in zaten deinsde flink heen-en-weer (Only whales can tip this boat, but only you can tip the captain). Het resultaat was dan ook dat we allebei aardig misselijk waren en die middag verder maar een beetje rondgehangen hebben in de haven van Knysna.

Het enige positieve over Knysna waren de restaurants en de zeer vriendelijke eigenaren van onze guesthouse (Jaan en Petroa) waar we gewoon Nederlands tegen konden praten en zei ons terug antwoorden in Afrikaans. Nederigheid en gastvrijheid ten top en het afscheid bestond uit een gemeende omhelzing. Geen befaamde Knysna-oesters gegeten maar wel in "farming-style", net als Willem-Alexander en Maxima de maand ervoor (zo toonde het gastenboek).
13 november 2002
Nog meer natuurparken.
Helaas zijn we er nog steeds niet aan toegekomen om een beschrijving te maken van de andere natuurparken die we bezocht hebben. We hebben 1 nacht in Itala gezeten in 1 nacht in Hluluwe. Beide zijn echte aanraders.
12 november 2002
Swaziland.
Onze planning is om van de zuidelijke uitgang in Kruger in 3 uur naar
het west-midden van Swaziland te rijden. Enige risico: drukte bij de
grens. Tot en met de grens gaat het vlot en ook de grens neemt hooguit
een kwartier in beslag. Daarbij moeten we wel eerst 8 loketten passeren
(4 Zuid-Afrika; 4 Swazi). Hier is een verregaande vorm van
functiescheiding doorgevoerd. Eerst halen we een bonnetje bij een
mevrouw waar ons kenteken op staat. Met dit bonnetje kunnen we een
formulier invullen. Daarna een stempel krijgen, en vervolgens de hele
zwik weer aanleveren om de hefboom omhoog te laten gaan. Aan de
Swazi-kant is het kentekengedeelte niet aanwezig maar wel een loket
waar we het giga-bedrag van 1,5 euro betalen. Gelukkig geen toeringcar,
want dan kun je wel even wachten.
De absolute afstand naar de hoofstad
Mbubane is niet ver meer, maar dan weten wij nog niet welke
slingerwegen en dorpen allemaal aan de hoofdweg liggen. We komen dus
vrij laat aan in ons hotel dat vroeger een Spaans landhuis was. Geen
sloten op de deur en midden in de verbouwing. Even het centrum in waar
alles al aan het sluiten is, en zo is onze eerste helft Swaziland er
alweer doorheen. De meesten die we in Kruger tegenkwamen reden dan ook
om Swaziland heen, maar wij niet.. 's Avonds eten we voor het eerst
niet zo lekker bij het plaatselijke buffet en eigenlijk is er verder
niet veel meer te doen dan ervoor zorgen dat we morgen een betere dag
hebben.
We blijken weer te moeten kiezen: of de hele dag in Swaziland besteden, en dus minder tijd voor ons volgende natuurpark, of van allebei een beetje. Het wordt dus een attractie die een beetje op de route ligt: een Swazi cultural village. Het is dan al erg heet, en we moeten opschieten om een ingelast dansvoorstelling te krijgen, speciaal voor een bus met Franse toeristen. Leuk voor een kwartier en als we later in Kaapstad zijn herkennen we dezelfde dansen en de liedjes daar ook, maar wel minder professioneel. Daarna nog een rondleiding waar we onze dansers en danseressen weer tegenkomen zonder dance-outfit maar nu aan het werk. Voorbeeld: de vloer wordt gemaakt van termietenaarde en moest weer geegaliseerd worden door verse koeiestront met de hand erover uit te smeren. Als we het park weer verlaten zien we een swazi-dame in spijkerbroek aan komen lopen. Waarschijnlijk is zij van het uitzendburo om in de volgende voorstelling acte de presence te geven. Ze zwaait nog naar ons en glimlacht.
De mensen zijn hier aardig en je voelt je, ondanks de weinige blanken, ook veilig maar wij hadden gewoon te weinig tijd ingepland om het land echt goed te leren kennen. We rijden dus maar weer linea recta door om zoveel mogelijk tijd op onze volgende bestemming rond te kunnen brengen: Itala game reserve.
9 november 2002
Balule en Kruger park.
Na
ongeveer 2 uur noordwaards rijden zitten we bij Nelspruit en
passeren we tientallen wildpriveparken (Game reserves). Het onze heet
Balule en is te bereiken via een zandweg boordevol kuilen en scherpe
stenen. Hier rijden we met 40 km/uur nog stevig door en weten dan nog
niet dat lekke banden meer regelmaat dan uitzondering zijn, en dat in
de kleine lettertjes van ons huurcontract staat dat het verboden is om
op zandwegen te rijden. Inmiddels zien we de eerste impala's, giraffes
en everzwijnen en een passerende ranger vraagt of we misschien
problemen hebben met onze auto. Nee natuurlijk, dit zijn toeristen die
net hun eerste wilde dieren zien en dus hun auto regelmatig parkeren.
Het laatste half uur worden we met een jeep naar ons overnachtingskamp gebracht (luxe tent met buitendouche), nemen een kop thee en beginnen, vergezeld van 2 australische dames + ranger en tracker, een half uur later al aan onze eerste game drive. Met Discovery-channel als referentiekader luisteren we naar de ranger, volgen hoe de tracker de route uitstippelt en bekijken de giraffe's, impala's en zebra's tot de steeds schaarsere exemplaren als neushoorns en olifanten (hoe schaarser de dieren hoe enthousiaster de ranger). Ondanks een lekke band blijken we volgens de ranger een goede drive te hebben gehad (neushoorns/olifanten). We krijgen 2 uur vrij en eten daarna een supermaaltijd in de boma (ronde onheining in de openlucht) en krijgen een schorpioen er gratis bij. De boma blijkt de volgende avond zijn nut tegen een olifant die zich enkele meters verder tegoed doet aan enkele bomen.
Onze
volgende game drive start om 6.00 en hier gaan we voor het eerst
lopen op zoek naar neushoorns. Onze instructies tijdens het rijden
waren om vooral niet plotseling te gaan staan of uit de auto te hangen:
wilde dieren zien de auto dan niet meer als 1 object. De
loopinstructies waren om achter elkaar te lopen en bij het zien van de
neushoorn te stoppen en vooral niet omdraaien en wegrennen: dit is nl.
precies hoe een prooidier zich gedraagt. Het lopen geeft een extra
dimensie , niet in het minst omdat onze australische dame een rood
t-shirt draagt. De neushoorn blijkt echter banger voor ons te zijn dan
andersom en het laatste uur maken we rijdend vol.
Inmiddels zien we ook
nog andere dieren, maar herkennen we al enkele gedeeltes natuur uit
onze eerste game drive. De laatste 2 drives daarna zijn nog steeds leuk
maar we hebben het park nu al grotendeels gezien.
Kruger blijkt weer heel anders te zijn. We rijden nu, inmiddels oppassend voor een lekke band, in onze eigen auto en de begroeiing is minder dicht. Zelf rijden heeft ook zijn charmes en het blijkt absoluut niet moeilijk te zijn om de goede plekken te vinden: die staan op de kaart aangegeven en anders volg je gewoon degene die wel betaald hebben voor een game drive. Enige minpunten: in de jeep zit je hoog zodat je meer kunt zien, en als er iets spectaculairs te zien valt staan er zo nog 5 auto's bij je. Meestal is er een soort onafgesproken regel als: de eerste die kwam heeft de beste plek. Het ergste dat we meegemaakt hebben is dat een latere passant zijn auto helemaal naar voren wurmde, uit de auto hangend foto's ging maken en zorgde dat 2 neushoorns wild alle kanten uitrenden. Je krijgt de neiging om hard te toeteren, maar uit respect voor de dieren bleef dit achterwege.
Ons overnachtingskamp is Berg-en-Dal, is omheind, staat onder hoogpning en de huisjes lijken op die van Grandora. Hier is alles te vinden, van restaurant tot supermarkt. Eindelijk kunnen we hier onze eerst braai houden met goed en goedkoop vlees en een fles wijn. Het is dan helaas al donker en stil en voor de rest is er niet veel te doen. De volgende dag rijden we richting Lower Sabie omdat daar vaak leeuwen gespot worden, maar we hebben, ondanks veel andere dieren, daarin geen geluk. Het is dan inmiddels als 14.00 uur en tijd om naar onze volgende bestemming te gaan (Swaziland). Eigenlijk hadden we hier een dagje langer willen blijven, want het zelf rijden in het park werkt verslavend.
7 november 2002
Van Johannesburg naar Hazyview.
De eerste ochtend wordt onze huurauto afgeleverd voor ons hotel en als
onze koffers niet in de achterbak passen (verkeerde VW Polo) kunnen we
meteen terugrijden naar de luchthaven voor een Renault Megane. "Anders
is het echt niet veilig", zo wordt ons verzekerd.
Het eerste uur is een
beetje wennen aan dat links rijden, maar het is wel leuk. We hebben
direct zo'n 400 km voor de boeg naar Hazyview aan de rand van de
Drakensbergen en populair omdat het 50 km van Kruger ligt. In Hazyview
volgen we een 2 km hobbelig zandpad opweg naar onze eerste echte
Afrikaanse overnachting: een ronddavel. Vrij afgelegen en liggend aan
de Saby-rivier waar 's avonds Nijlpaarden voor je huisje lopen. De
home-stead doet denken aan een Hemingway-verhaal en we worden welkom
geheten door Hans en Christine (Zwitsers) die vragen of we die avond
daar blijven eten. Ze hebben al over de hele wereld gezworven en wisten
na diverse Zuid-Afrika vakanties dat ze zich daar ooit zouden vestigen.
Die avond eten we in de home-stead met een Duits stel die inmiddels aan
het eind van hun vakantie zijn (begonnen in Kaapstad). Zij vertelden
ons dat hun koffers gejat waren in de tuinroute (opengebroken
kofferbak) en dat de Jackelbarry Lodge van Hans en Christine het beste
is dat ze in hun vakantie zijn tegengekomen. Als wij aan het eind van
onze vakantie zijn gekomen kijken wij hier ook zo op terug. Terwijl we
bijna aan het hoofdgerecht beginnen gaat Hans' mobiel af en dat is het
sein dat er nijlpaarden ge-spot zijn. We gaan meteen kijken en zo zit
het vakantiegevoel er meteen in. Hetzelfde ritueel maken we de avond
erop mee als we met een groep van 10 zitten te eten, en Hans erg geniet
dat hij zijn gasten weer nijlpaarden kan laten zien. Aan de ene kant
heeft ie daar op het eerste gezicht alles wat je je maar voor kunt
stellen. Aan de andere kant is ie wel 7 dagen van vroeg tot laat met
zijn guesthouse in de weer.
Overdag's bekijken we enkele watervallen en volgen we de route langs Blyde River Canyon. Op zich wel mooi, maar lang niet zo mooi vergeleken bij de national parks van Amerika. Het valt ons eigenlijk nu pas op dat de de deuren automatisch vergrendeld worden tijdens het rijden (weer die veiligheid). En als we op de terugweg parkeren bij een supermarkt vraagt een locale dame ons of ze op de auto moet passen. Dit zal ook de rest van onze vakantie een rode draad blijken: veiligheid blijkt een enorme werkgelegenheid te creeeren.
Als we afscheid nemen van Hans en Christine vinden we het toch wel een beetje jammer. Het was hier goed relaxen. We gaan nu naar het prive wildpark Balule zo'n 80 km naar het noorden, wederom langs de Blyde River Canyon.